Spiritualiteit

Het voornaamste binnen de spiritualiteit van “De Triniteinen” is:

De ontplooiing van het bewustzijn van de afwezigheid van tweeheid.

In deze ervaringsfeer zijn de hoogste werkelijkheid van het oorspronkelijke zelf-zijn en die van de wereld en de kosmos identiek. Alles is daarin aanwezig zonder werkelijke scheiding: het zelf, de anderen, de wereld. De stof met zijn vormen wordt in de schepping herkend zonder dat het tweeheid veroorzaakt. Het geloof dat de zintuiglijk waargenomen zaken de hoogste werkelijkheid zouden zijn wordt als een begoocheling ervaren.

De non-dualiteit, die men zelf is, is stilte en liefde. Daarom ontstaat er spontaan een levenshouding waarin de stilte centraal staat en een leven vanuit de liefde.

De spiritualiteit van de leefgemeenschap behelst de afwezigheid van tweeheid. Het is geen geloof, maar een directe ervaring in het alledaagse leven dat dat jezelf, de anderen en de wereld aanwezig zijn “in een sfeer” zonder werkelijke scheiding.

Als visie is het non-dualisme een levensbeschouwing waarin alle grenzen/scheidingen radicaal wegvallen. Het maken van scheidingen is de oorzaak van praktisch alle problemen in de samenleving en voor het individu dat zich afgescheiden acht. Afscheiding is de oorzaak van steeds nieuwe conflicten. De oplossing van de problemen is de radicale relativering van de scheiding, naast de zijnservaring waar geen tweeheid is en waar alles en iedereen is opgenomen. Daarin blijven wel verschillen, maar de Eenheid wordt hierdoor niet verbroken.

De leden van de leefgemeenschap willen in de eerste plaats de eenheid bevorderen in zichzelf. In het eigen autonome wezen door te luisteren naar de innerlijke roeping en deze centraal te stellen. In de eerste plaats gaat het erom alle dualiteit tussen je menselijke verlangens en je autonome verlangens tot rust brengen. Praktisch houdt dit in dat het afgescheiden zijn radicaal wordt gerelativeerd. Opdat je eigen geloofssysteem en gedachtegoed opgenomen worden in een veel groter geheel en elke tweeheid ten slotte in zijn geheel wegvalt. Dan kan de zijnservaring zijn intrede doen en de geen tweeheid als realiteit worden ervaren. Hierin ervaart men dat wát in de ervaring verschijnt en het oorspronkelijke Zelf dát ervaart, niet verschillend zijn. Het oorspronkelijke Zelf-Zijn is geen persoon, lichaam of geest maar neutraal, open en leeg Bewust-Zijn. De opheffing van alle beperkingen en dualiteit, heeft de ervaring van ruimte, leegte, neutraal bewustzijn tot gevolg. Deze leegte en ruimte blijkt hetzelfde als gelukzaligheid te zijn. Als alle zogenaamde tegenstellingen opgaan in geen tweeheid is er iets onuitsprekelijks, waarvan alleen kan worden gezegd dat er geen scheidingen zijn.

In wezen is het absoluut onmogelijk iets te zeggen over of vorm te geven aan dat wat onuitsprekelijk is. Als je daar bij blijft wordt het stil. De stilte Zijn, de stilte die Is.

Dat stiltepunt Zijn, als vorm in de wereld, zou een leefgemeenschap kunnen zijn.